Archeologie in Israël

Archeologie in Israël

De “Merneptah Stele” (ook bekend als de Israël Stele) is een meer dan zeven voet hoge steen met daarop een geëtste hiëroglifische tekst uit ongeveer 1230 voor Christus. Dit Egyptische monument beschrijft de militaire overwinningen van Farao Merneptah en bevat de oudste vermelding van “Israël” buiten de Bijbel. Hoewel de specifieke veldslagen die op de stele staan niet in de Bijbel vermeld worden, levert deze toch extern bewijs dat de Israëlieten al als een volk in het oude Kanaan leefden rond 1230 voor Christus.[1] Naast de Stele werd er tevens een grote muurschildering ontdekt in de grote Karnak Tempel in Luxor (het oude Thebe), die taferelen toont van een veldslag tussen de Egyptenaren en de Israëlieten. Deze taferelen worden ook toegeschreven aan Farao Merneptah en dateren uit ongeveer 1209 voor Christus.[2] De Karnak Tempel bevat ook verslagen van Farao Sisaks militaire overwinningen ongeveer 280 jaar later. Het “Shishak reliëf” toont de Egyptische overwinning over koning Rechabeam in ongeveer 925 voor Christus, toen Salomo’s Tempel in Judea werd geplunderd.[3] Dit is precies de gebeurtenis die wordt genoemd in twee boeken van het Oude Testament.[4]

Buiten Egypte vinden we eveneens een schat aan bewijs voor de vroege Israëlieten. De “Moabieten Steen” (de Mesha Stele) is een drie voet hoge steen die vlakbij Dibon, ten oosten van de Dode Zee, werd ontdekt en die de regering van Mesa, koning van Moab, rond 850 voor Christus beschrijft.[5] Volgens het boek Genesis waren de Moabieten buren van de Israëlieten. [6] Deze stele beslaat overwinningen van koning Omri en koning Achab van Israël over Moab, en Mesa’s latere overwinningen namens Moab tegen koning Achabs afstammelingen.[7] De “Zwarte Obelisk van Salmanasser” is een zeven voet hoge, vierhoekige pilaar van basalt die de overwinningen beschrijft van koning Salmanasser III van Assyrië,inclusief de overwinningen op Tyrus, Sidon en “Jehu, Zoon van Omri.” De obelisk, daterend uit ongeveer 841 voor Christus en nu bewaard in het Britisch Museum, werd ontdekt in het noordwestelijk Paleis te Nimrud en toont Israëls koning Jehu die in nederig eerbetoon knielt voor de Assyrische koning.[8]

Oké, alles wat ik gevonden heb bevestigt dat de oude Israëlieten daadwerkelijk bestonden. Maar, er is een groot verschil tussen historische algemeenheden en het specifieke volk en de gebeurtenissen die in de Bijbel vermeld worden. koning David en zijn zoon, Salomo, vormen bijvoorbeeld een immens onderdeel van de Joodse geschiedenis in het Oude Testament. Zouden we dan geen archeologisch ondersteunend bewijs voor hun regeringen en activiteiten moeten vinden?

Ik was verbaasd in één van de boeken die ik had opgepikt te lezen dat de historische David nooit had bestaan. In een ander artikel dat ik las werd verwezen naar de bevestigde “David Mythe”; een literair verzinsel gebaseerd op een heldentraditie met als doel de instelling van een Joodse monarchie.

Kathleen Kenyon, een zeer betrouwbaar archeologe die ik ondertussen wel vertrouw en graag lees, verklaarde:

Voor vele mensen lijkt het opmerkelijk dat David en Salomo nog steeds onbekend blijven buiten het Oude Testament of literaire bronnen die daar direct van zijn afgeleid. Geen enkele inscriptie buiten de Bijbel, noch in Palestina noch in een aangrenzend land, is ooit gevonden die naar hen verwijst.[9]

Nou, ik denk niet dat we archeologisch bewijs hoeven te vinden voor elk mens of elke plaats die in de Bijbel genoemd wordt, maar David was wel cruciaal wat mij betreft. Ik ontdekte dat hij 1048 keer wordt genoemd in de Bijbel. Hij is het onderwerp van 62 hoofdstukken en de schrijver van waarschijnlijk 73 Psalmen in het Oude Testament. Tjonge, ik wilde echt wel wat bewijs zien voor die gast…

Raad eens? Sinds Kenyon bovengenoemde uitspraak deed, ongeveer in 1987, heeft de validiteit van het oude Bijbelse verslag ten aanzien van koning David een reusachtige sprong gemaakt!

In 1993 ontdekten archeologen een stenen inscriptie in de stad Dan, die het “Huis van David” vermeldt. De “Huis van David Inscriptie” (de Tel Dan inscriptie) is de eerste oude verwijzing naar koning David buiten de Bijbel.[10] De steen is een overwinningspilaar van een koning in Damascus, daterend uit enkele honderden jaren na Davids koningschap, die gewag maakt van een “koning van Israël uit het Huis van David”. Gedurende het hierop volgende jaar werden meer stukken met inscripties gevonden op deze locatie, die het voor de archeologen mogelijk maakten om de complete tekst van de verklaring te reconstrueren: “Ik heb Joram zoon van Achab koning van Israël gedood en ik heb Achazja zoon van Joram koning van het Huis van David gedood.” Het is opmerkelijk dat dit de Joodse leiders zijn die verbonden zijn met de stamboom van David, zoals in de Bijbel is vastgelegd.[11]

De archeologie in Israël bleek erg overtuigend te zijn!

Lees nu verder!

[1] Price, The Stones Cry Out, 145-146. Hoerth, Archaeology and the Old Testament, 228-229.
[2] Hoerth, Archaeology and the Old Testament, 230.
[3] Idem., 301-302.
[4] 1 Koningen 14 en 2 Kronieken 12.
[5] Hoerth, Archaeology and the Old Testament, 308-310.
[6] Genesis 19.
[7] 2 Koningen 3.
[8] Hoerth, Archaeology and the Old Testament, 321-22. Zie ook, 2 Kings 9-10.
[9] Kathleen Kenyon, The Bible and Recent Archaeology, gerev. ed., John Knox Press, 1987, 85.
[10] Price, The Stones Cry Out, 166-67.
[11] Idem 167-72.