Het menselijk oog

Het menselijk oog

Het menselijk oog is enorm gecompliceerd – een perfect en onderling gerelateerd systeem van ongeveer 40 individuele subsystemen, waaronder het netvlies, de pupil, de iris, het hoornvlies, de lens en de optische zenuw. Het netvlies, bijvoorbeeld, heeft ongeveer 137 miljoen speciale cellen die op licht reageren en een bericht naar de hersenen sturen. Ongeveer 130 miljoen van de cellen lijken op staven en zorgen voor zwart-wit zicht. De andere zeven miljoen zijn kegelvormig en zorgen ervoor dat we kleur zien. De cellen van het netvlies ontvangen licht-impressies, die vertaald worden door elektrische pulsen en via de optische zenuw naar de hersenen verzonden worden. Een speciaal onderdeel van de hersenen, de visuele cortex genaamd, interpreteert de pulsen in termen van kleur, contrast, diepte, etcetera, waardoor we de “foto’s” van onze wereld kunnen zien. Het is ongelooflijk dat het oog, de optische zenuw en de visuele cortex compleet onafhankelijke en gescheiden subsystemen zijn. En toch ontvangen, bezorgen en interpreteren zij gezamenlijk tot 1.5 miljoen pulsberichten per seconde! Het zou tientallen Cray supercomputers kosten, perfect geprogrammeerd en zonder gebreken samenwerkend, om zelfs maar in de buurt te komen van zo’n prestatie.[1]

Dat is zo indrukwekkend! Het is overduidelijk dat het oog niet kan werken en dus geen doel heeft, als niet alle subsystemen aanwezig zijn en perfect samenwerken op exact hetzelfde moment. Logisch gezien is het onmogelijk dat willekeurige processen, opererend door middel van de geleidelijke mechanismen van natuurlijke selectie en genetische mutatie, 40 onafhankelijke subsystemen kunnen scheppen, als deze geen voordelige werking hebben op het geheel tot het allerlaatste moment van ontwikkeling en samenwerking.

Hoe ontstonden de lens, netvlies, optische zenuw, en alle andere onderdelen in gewervelde dieren die een rol spelen in het ‘zien’? Immers, natuurlijke selectie kan niet onafhankelijk kiezen tussen de optische zenuw en het netvlies. De totstandkoming van de lens heeft geen betekenis in afwezigheid van een netvlies. De gelijktijdige ontwikkeling van alle structuren nodig voor zicht is onvermijdelijk. Omdat onderdelen die onafhankelijk ontwikkelen niet gebruikt kunnen worden, zijn zij beide betekenisloos, en verdwijnen misschien zelfs op den duur. Aan de andere kant vereist een gelijktijdige, gezamenlijke ontwikkeling een samenkomst van onvoorstelbaar kleine waarschijnlijkheden.[2]

Het voorgaande representeert de kern van "onherleidbare complexiteit”. Complexe organen die bestaan uit noodzakelijke subsystemen kunnen niet het resultaat zijn van willekeurig toeval. Of, om bovenstaande woorden te gebruiken, zo’n ontwikkeling kan slechts het resultaat zijn van “onvoorstelbaar kleine waarschijnlijkheden”. Wat mij betreft betekent dit “statistische onmogelijkheid”.

Nu ik er aan denk, ik herinner me nu dat Darwin specifiek de onherleidbare complexiteit bespreekt in Origins of Species:

Om te veronderstellen dat het oog, met al zijn onnabootsbare composities voor het bijstellen van de scherpte aan verschillende afstanden, voor het toelaten van verschillende hoeveelheden licht, en voor het corrigeren van sferische en chromatische verschillen, gevormd zou kunnen zijn door natuurlijke selectie lijkt, dat beken ik eerlijk, absurd tot in de hoogst mogelijke graad.[3]

Nou, hoe ging Darwin dan om met de duizelingwekkende realiteiten van het oog in de jaren 1850? Hoe “absurd” onwaarschijnlijk het ook was, hij zette toch door met zijn theorie en wees op eenvoudiger oogstructuren die aangetroffen worden in eenvoudiger wezens. Hij redeneerde dat de complexere ogen geleidelijk ontwikkelden uit eenvoudiger ogen.

Maar deze hypothese voldoet niet meer. Naast de microbiologische en genetische informatie-problemen ervan toont de paleontologie ons nu dat “eenvoudige wezens” ter wereld kwamen met complexe structuren al volledig intact. Zelfs de eenvoudige trilobiet heeft een oog (compleet met een dubbele lens) dat volgens de huidige standaarden als een optisch wonder wordt beschouwd.

Wacht. De trilobiet doet me ergens aan denken… Voordat ik verder ga met onherleidbare complexiteit en ontwerp, heb ik nog één andere gedachte met betrekking tot Darwin en zijn oorspronkelijke beweringen...

Volgende pagina!

[1] Lawrence O. Richards, It Couldn't Just Happen, Thomas Nelson, Inc., 1989, 139-140.
[2] Dr. Ali Demirsoy, Inheritance and Evolution, Meteksan Publications, Ankara, 475.
[3] Darwin, Origin of Species, 155.