Vervolging van de Christenen

Vervolging van de Christenen

Omdat dit voor mij zo’n sterk argument is, wil ik de vervolging en de dood nog eens onder de loep nemen die zo’n dramatisch onderdeel vormden van de vroege Christelijke geschiedenis. Net als ikzelf zou iedereen die van mening is dat de opstanding van Jezus Christus een door mensen verzonnen legende is, die achteraf door een groep godsdienstfanaten in de wereld werd geholpen, op een eerlijke manier het erfgoed van het martelaarschap moeten nagaan. Elf van de 12 apostelen, en velen onder de overige vroege discipelen, stierven voor hun loyaliteit aan dit verhaal. Dit is zo spectaculair omdat zij zelf getuigen waren geweest van alle vermeende gebeurtenissen rondom Jezus en zijn opstanding. Toch bleven zij deze tot hun dood verdedigen. Waarom is dit spectaculair, als zo veel anderen in de geschiedenis ook als martelaar zijn gestorven voor hun godsdienstig geloof? Omdat mensen niet sterven voor een leugen. Beschouw de menselijke natuur in de geschiedenis. Geen samenzwering kan in stand worden gehouden als leven of vrijheid op het spel staan. Sterven voor een geloof is één ding, maar talrijke ooggetuigen die sterven voor iets waarvan ze weten dat het een leugen is, dat is heel wat anders.

Oké, ik denk dat ik mijn argument wel duidelijk heb gemaakt…

Hier volgt een verslag van de vroege Christelijke vervolging, dat is samengesteld uit talrijke bronnen buiten de Bijbel, waarvan de belangrijkste "Christian Martyrs of the World" (Christelijke martelaren in de wereld) is:[1]

Rond 34 na Christus, een jaar na de kruisiging van Jezus, werd Stefanus Jeruzalem uitgegooid en tot de dood gestenigd. Ongeveer 2000 Christenen ondergingen het martelaarschap in Jeruzalem in deze tijd. Ongeveer 10 jaar later werd Jakobus gedood, de zoon van Zebedeüs en de oudste broer van Johannes, toen Herodes Agrippa aankwam als gouverneur van Juda. Agrippa verafschuwde de Christelijke sekte onder de Joden en vele vroege discipelen stierven tijdens zijn heerschappij een martelaarsdood, waaronder Timon en Parmenas. Rond 54 na Christus stierf Filippus, een discipel uit Betsaïda in Galilea, de martelaarsdood in Heliopolis, in Phrygia. Hij werd gefolterd, in de gevangenis gegooid en daarna gekruisigd. Ongeveer zes jaar later stierf Matteüs, de belastinginner uit Nazaret die één van de Evangelieboeken schreef, in Ethiopië de martelaarsdood door het zwaard, toen hij daar aan het prediken was. Jakobus, de broer van Jezus, was een leider van de vroege kerk in Jeruzalem en was de schrijver van de Bijbeltekst met dezelfde naam. Op 94-jarige leeftijd werd hij geslagen en gestenigd, en uiteindelijk werden zijn hersenen met een knuppel tot moes geslagen.

Mattias was de apostel die de vrijgekomen post van Judas innam. Hij werd in Jeruzalem gestenigd en vervolgens onthoofd. Andreas was de broer van Petrus die door heel Azië heen preekte. Bij zijn aankomst in Edessa werd hij gearresteerd en aan een kruis gehangen, waarvan de twee uiteinden diagonaal in de grond werden gestoken (dit is waar de naam “Andreaskruis” vandaan komt). Marcus werd door Petrus tot het Christendom bekeerd. Hij schreef Petrus’ verslag over Jezus in zijn Evangelie. Marcus werd door de bevolking van Alexandrië in stukken gescheurd voor Serapis, hun heidense afgod. Petrus werd zeer waarschijnlijk in Rome ter dood werd veroordeeld en gekruisigd. Hiëronymus stelt dat Petrus op eigen verzoek ondersteboven werd gekruisigd, omdat hij zichzelf onwaardig vond om dezelfde kruisdood als zijn Heer te sterven. Paulus leed in de eerste vervolging onder Nero. Het geloof van Paulus was zo sterk, zelfs met het martelaarschap in het vooruitzicht, dat de autoriteiten hem naar een besloten plaats brachten om hem daar met het zwaard te executeren.

In ongeveer 72 na Christus werd Judas, ook Taddeüs genaamd, de broer van Jakobus, in Edessa gekruisigd. Bartolomeüs preekte in verschillende landen en vertaalde het Evangelie van Matteüs naar het Indisch. Hij werd barbaars afgeranseld en toen door de heidenen aldaar gekruisigd. Tomas, ook wel Didymus genoemd, preekte in Parthia en India, waar hij door een groep heidense priesters met een speer werd doorboord. Lucas was de auteur van het gelijknamige Evangelie. Hij reisde met Paulus door verscheidene landen. Er wordt algemeen aangenomen dat hij door heidense priesters in Griekenland aan een olijfboom werd opgehangen. Barnabas, uit Cyprus, werd in 73 na Christus vermoord (er zijn hierover weinig details bekend). Simon de Zeloot preekte in Mauretanië, Afrika en zelfs in Groot-Brittannië, waar hij in ongeveer 74 na Christus werd gekruisigd. Johannes, de “geliefde discipel”, was de broer van Jakobus. Vanuit Efeze werd hij naar Rome gebracht, waar hij in een ketel met kokende olie werd gegooid. Op wonderbaarlijke wijze ontsnapte hij zonder enige verwondingen. Domitianus verbande hem daarna naar het eiland Patmos, waar Johannes het laatste boek van de Bijbel, Openbaring, schreef. Hij was de enige apostel die aan een gewelddadige dood ontsnapte.

Maar de vervolging van Christenen remde de groei van het Christelijk geloof niet af in de eerste eeuwen na Jezus' dood. Zelfs nadat de vroege leiders hun afschuwelijke dood stierven, bloeide het Christendom in het hele Romeinse Rijk. Hoe kunnen deze historische verslagen over een dergelijk martelaarschap als iets anders beschouwd worden dan krachtig bewijs voor de waarheid van het Christelijk geloof; een geloof dat gefundeerd is op historische feiten en ooggetuigenverslagen?

Lees nu verder!

[1] John Foxe, Foxe’s Book of Martyrs, Gered. door W. Grinton Berry, Herdrukt door Fleming H. Revell, 1998.