Suetonius

Suetonius

Suetonius was een secretaris en historicus voor Hadrianus, keizer van Rome van 117 tot 138 na Christus. Over keizer Claudius (41-54 na Christus) en de "Opstand van Rome" in 49 na Christus schrijft Suetonius:

Omdat de joden constant opwinding veroorzaakten op aandrang van Chrestus, verbande hij (Claudius) hen uit Rome.[1]

Dit is interessant, omdat Handelingen 18:2 vertelt dat Paulus Aquila en zijn vrouw Priscilla ontmoette juist nadat zij Italië hadden verlaten, omdat Claudius hen had verbannen.

Later schreef Suetonius over de grote brand in Rome in 64 na Christus:

Straffen werden door Nero opgelegd aan de Christenen, een klasse mensen die zich had overgegeven aan een nieuw en boosaardig bijgeloof.[2]

Mara Bar-Serapion, een stoïsch filosoof uit Syrië, schreef vanuit de gevangenis de volgende brief aan zijn zoon, ergens na 70 na Christus:

Wat leverde het de Atheners op toen zij Socrates doodden? Hongersnood en ziekte kwamen over hen als een oordeel over hun slechte daden. Wat leverde het de mensen van Samos op toen ze Pythagoras verbrandden? In een ogenblik werd hun land met zand bedekt. Wat leverde het de Joden op toen ze hun wijze Koning ter dood brachten? Heel kort daarna is hun koninkrijk vernietigd. God heeft deze drie wijze mensen op rechtvaardige wijze gewroken: de Atheners kwamen om door de honger; de bewoners van Samos werden door de zee verzwolgen; de Joden, beroofd en uit hun land verdreven, zijn overal verspreid. Maar Socrates stierf niet voorgoed; hij leefde voort in de leer van Plato. Pythagoras is niet voorgoed dood; hij leefde voort in het standbeeld van Hera. Ook de wijze Koning is niet voorgoed dood; Hij leefde voort in de leer die Hij gegeven had.[3]

Deze brief verwijst naar Jezus als de “wijze Koning”. De schrijver is overduidelijk geen Christen, omdat hij Jezus op een gelijk niveau plaatst met Socrates en Pythagoras. Deze brief is, zonder partijdigheid wat betreft zijn vermelding van Jezus en de kerk, een waardevolle historische bron met betrekking tot de historiciteit van Jezus.

Lucianus van Samosata was een Grieks filosoof uit de 2e eeuw. Deze bewaard gebleven tekst is overduidelijk satirisch, maar het is wel een overtuigend stuk van buiten de Bijbel:

De Christenen, weet je wel, aanbidden tot op vandaag een man – het uitmuntend personage dat hun nieuwe riten introduceerde en op basis daarvan werd gekruisigd… Kijk, deze misleidde wezens begonnen met hun algemene overtuiging dat ze voor alle tijden onsterfelijk zijn, wat hun minachting voor de dood en hun vrijwillige zelftoewijding verklaart, die zo gewoon zijn onder hen; en toen was aan hen door hun oorspronkelijke wettenmaker de indruk gewekt dat zij allemaal broeders zijn, vanaf het moment dat ze bekeerd zijn, en de goden van Griekenland ontkennen, en de gekruisigde wijsgeer aanbidden, en naar zijn wetten leven. Dit alles nemen ze aan volledig gebaseerd op geloof, met het gevolg dat ze alle wereldse goederen eender minachten, en deze slechts beschouwen als gemeengoed.[4]

Dit stuk is op zijn best “niet erg vleiend” te noemen, maar het ondersteunt absoluut de persoon van Jezus Christus (“de gekruisigde wijsgeer”) en het voortbestaan van de Christelijke Kerk tot in de tweede eeuw.

Lees nu verder!

[1] Suetonius, Life of Claudius, 25.4. Zie ook, McDowell, New Evidence that Demands a Verdict, 121-122.
[2] Suetonius, Lives of the Caesars, 26.2. Zie ook, Idem.
[3] British Museum Syriac Manuscript, Toevoeging 14, 658. Zie ook, Eastman & Smith, The Search for Messiah, 251-252.
[4] Lucianus van Samosata, “Death of Pelegrine,” The Works of Lucian of Samosata, 4 delen. Vertaald door H.W. Fowler en F.G. Fowler, Clarendon Press, 1949, 11-13.