De wonderen van Jezus

De wonderen van Jezus

Kan een rationeel mens wonderen accepteren? Eigenlijk overkwam ik deze horde erg snel. Voor mij is de opschorting (of schending) van de natuurwetten tijdens de Bijbelse wonderen in feite niets anders dan wat we dagelijks waarnemen. Er bestaan natuurlijke krachten die worden voorgesteld door de natuurwetten, chemische eigenschappen en mathematische formules en er zijn doelgerichte krachten die op deze natuurlijke krachten kunnen inwerken of ze tijdelijk kunnen opheffen. De wetten van de zwaartekracht, die een steen op de grond houden, worden bijvoorbeeld niet geschonden wanneer een jongen deze steen opraapt en wegwerpt; hij werkt de zwaartekracht dan tegen door een grotere, tegengestelde kracht uit te oefenen. Dezelfde logica geldt wanneer we de ooggetuigenverslagen lezen over Jezus die over water loopt en water in wijn verandert. Rationeel gezien oefent hij dan slechts een doelgerichte kracht uit, maar het is een kracht die buiten het bereik ligt van wat wij kennen als de natuurwetten binnen onze vier materiële dimensies.

Ik mag dan wel filosofisch geneigd zijn om elke verwijzing naar bovennatuurlijke gebeurtenissen af te wijzen, maar dat betekent niet zij niet voorkomen of kunnen voorkomen. Als het bestaan van God een gegeven is, dan zijn wonderen uiterst redelijk. Een bovennatuurlijke actor is logisch gezien niet gelimiteerd door de gevolgen van zijn bovennatuurlijke oorzaak; God is niet beperkt door de natuurlijke wetten die over ons universum heersen. De maker is niet gebonden aan de grenzen van zijn schepping. Wanneer we een bovennatuurlijke actor in overweging nemen, dan is het logisch om buiten deze grenzen te denken.

Met de realiteit van een bovennatuurlijke schepper als gegeven zijn ook de Evangeliën over de wonderen van Jezus uiterst redelijk. Sommigen geloven dat deze teksten door God Zelf zijn ingegeven. Maar ongeacht of je de teksten zelf zo hoog aanslaat, zijn de Evangelieboeken op zijn minst wel vier afzonderlijke verslagen geschreven door vier afzonderlijke auteurs die, volgens de seculiere criteria, onafhankelijk van elkaar dezelfde historische gebeurtenissen hebben gedocumenteerd. Een filosofische vooringenomenheid om alles wat theologisch of wonderbaarlijk is te negeren is gewoonweg geen reden om de Evangelieteksten te ontkennen.

Laten we de integriteit van de schrijvers van de Evangelies nog een keer beschouwen, mannen die bereid waren intense vervolging te ondergaan en om zelfs te sterven ter verdediging van hun individuele getuigenissen. Zoals ik eerder heb besproken, wordt Lucas in het algemeen beschouwd als één van de meest vooraanstaande historici uit de oudheid. Dr. John McRay, professor van het Nieuwe Testament en Archeologie aan Wheaton University in Illinois, vat het goed samen:

De algemene consensus onder zowel progressieve als conservatieve geleerden is dat Lucas zeer accuraat is als een historicus. Hij is erudiet, hij is welsprekend, zijn Grieks benadert de klassieke kwaliteit, hij schrijft als een geleerd man, en archeologische ontdekkingen tonen telkens weer aan dat Lucas accuraat is in wat hij te zeggen heeft.[1]

Sir William Ramsey, één van de beroemdste archeologen van de moderne tijd, stemt daarmee in: “Lucas is een eersteklas historicus.”[2]

Hebben we een goede reden om het verslag van Lucas over het leven van Jezus te verwerpen?

Hoe zit het met de andere Evangelieschrijvers die hun leven gaven voor hun geschreven getuigenissen?

Ga verder met lezen!

[1] John McRay, geciteerd door Lee Strobel, The Case For Christ, Grand Rapids: Zondervan, 1998, 129.
[2] Sir William Ramsey, The Bearing of Recent Discovery on the Trustworthiness of the New Testament, 1915, p. 222.