De Joodse traditie

De Joodse traditie

Van alle oudheidkundige bronnen voor Jezus lijken de rabbinale werken de meest negatieve invalshoek te hebben. Er zijn feitelijk een significant aantal verwijzingen naar Jezus, maar vele daarvan gebruiken namen als “die man” wanneer ze over Jezus Christus spreken. Daarom worden sommige van deze verwijzingen nu als onbetrouwbaar beschouwd.

Toch is er in de Babylonische Talmoed, het formele commentaar op de Joodse Wetten, samengesteld tussen 200-500 na Christus, een krachtige vermelding van Jezus te vinden:

Er is een traditie, op de vooravond van de sabbat en Pascha hingen zij Yeshu op. En de heraut ging veertig dagen voor hem uit al roepende: Yeshu zal worden geëxecuteerd, want hij heeft toverij gepleegd en Israël verleidt en hen vervreemd van God. Laat een ieder naar voren komen, die een rechtvaardigend pleidooi voor hem kan houden; maar er werd niemand gevonden die een rechtvaardigend pleidooi voor hem kon houden, dus werd hij opgehangen op de vooravond van de sabbat en het Pascha.[1]

Dit wordt beschouwd als een zeer geloofwaardige verwijzing naar Jezus (“Yeshu”). Hier verifiëren rabbinale schrijvers dat Jezus een historisch figuur was, dat hij op de vooravond van de Pesach werd gekruisigd en dat hij wonderen verrichtte, wat zij “toverij” noemden. De gebeurtenissen uit het leven van Jezus werden hierdoor niet ontkend, maar ongetwijfeld geverifieerd.

Nou, ik zocht naar onbevooroordeelde bronnen, buiten de Bijbel, die over de persoon van Jezus spraken, zijn doodstraf en zijn dood, en de opkomst van de godsdienst in zijn naam. Het was opmerkelijk dat dat precies was wat ik vond!

De niet-Christelijke historische verslagen van Cornelius Tacitus, Flavius Josephus, Plinius de Jongere, Suetonius, Mara Bar-Serapion, Lucanius van Samosata en zelfs de geschriften van het extreem bevooroordeelde Joodse Sanhedrin houden allemaal de Bijbelse verslagen overeind over het leven en de dood van Jezus Christus in de eerste eeuw.

Naast de negen auteurs in het Nieuwe Testament die in afzonderlijke verslagen over Jezus schreven, vond ik op zijn minst twintig andere vroege Christelijke auteurs, vier ketterse werken en zeven niet-Christelijke bronnen die Jezus expliciet vermelden binnen een periode van 150 jaar na zijn leven. Er zijn dus minstens 40 auteurs die Jezus en de verspreiding van de geestelijke beweging in zijn naam expliciet vermelden.

Er zijn meer auteurs die Jezus Christus binnen 150 jaar na zijn leven vermelden dan auteurs die de Romeinse keizer vermelden die tijdens Zijn leven heerste. Geschiedkundigen kennen slechts tien bronnen die keizer Tiberius vermelden binnen 150 jaar na zijn leven, waaronder Lucas, Tacitus, Suetonius en Paterculus. Dus, in dit korte tijdsbestek worden de schrijvers die de leider van het gehele Romeinse Rijk (de wereldleider in die tijd) noemen, overtroefd door de schrijvers die Jezus noemen, in een verhouding van 4 tegen 1![2]

Prima, dat is fantastisch bewijs voor het historische leven en de dood van een geestelijk leider genaamd Jezus Christus, maar hoe zit het met de rest?

Hoe zit het met die vermeende wonderen…?

Hoe zit het met het grootste mirakel – zijn opstanding uit de dood…?

Lees nu verder!

[1] Babylonische Talmoed, Sanhedrin 43A.
[2] Zie Josh McDowell, The New Evidence that Demands a Verdict, Thomas Nelson Publishers, 1999, 119-136. Zie ook in het algemeen, Gary Habermas en Michael Licona, The Case for the Resurrection of Jesus, Kregel, 2004.