Cornelius Tacitus

Cornelius Tacitus

Ik begon met de historicus Tacitus, omdat ik zojuist zijn korte maar krachtige stuk over Pontius Pilatus en Jezus (Christus) had gelezen…

Cornelius Tacitus (ca. 55-120 na Christus) werd als een groot historicus van het oude Rome gezien. Zijn meesterwerk, "Annalen", bestaat uit twee afzonderlijke delen (hoofdstukken 1-7, met één overgebleven manuscript, en hoofdstukken 11-16, bekend als de "Historiae", met 32 overgebleven manuscripten).[1]

Als achtergrond: op 19 Juli, 64 na Christus, brak een brand uit in Rome, die negen dagen lang woedde en uiteindelijk bijna driekwart van de stad verwoestte. Volgens Tacitus verspreidde zich het gerucht dat de brand gepland was door de boosaardige, onstabiele keizer Nero zelf. Nero leidde de aandacht van dit gerucht af door op te roepen tot de foltering en executie van Christenen.

"Derhalve, om van dit bericht af te komen, gaf Nero de schuld aan en voerde hij de meest geraffineerde folteringen uit op een klasse die om hun slechtheid gehaat wordt, door het volk Christenen genoemd. Christus, waarin de naam zijn oorsprong had, leed de ultieme straf tijdens de heerschappij van Tiberius, onder de handen van één van onze procurators, Pontius Pilatus, en een hoogst verderfelijk bijgeloof, dat daardoor tijdelijk de kop werd ingedrukt maar dat later niet alleen in Juda weer uitbrak, de eerste bron van het kwaad, maar zelfs in Rome, waar alle dingen die afgrijselijk en schandelijk zijn uit alle hoeken van de wereld hun centrum vinden en populair worden. Zodoende werden allen die schuld bekenden gearresteerd; daarna werd, gebaseerd op hun informatie, een immense massa veroordeeld, niet zozeer vanwege de misdaad dat zij de stad in brand hadden gestoken, maar vanwege de misdaad van haat tegen de mensheid. Hoon van elke mogelijke soort werd aan hun dood toegevoegd. Gehuld in dierenhuiden werden ze verscheurd door honden en vergingen, of ze werden aan kruisen genageld, of ze werden veroordeeld tot de vlammen en verbrandden, om als nachtelijke verlichting te dienen, nadat het daglicht was heengegaan.

Nero bood zijn tuinen aan voor dit spektakel en liet een show in het circus opvoeren, terwijl hij zich onder de mensen mengde in het gewaad van een wagenmenner of bovenop een wagen stond. Hierdoor ontstond, zelfs voor criminelen die een extreme voorbeeldstraf verdienden, een gevoel van erbarmen; want het was niet, zoals het leek, voor het publieke goed, maar om de wreedheid van één man te bevredigen, dat dezen werden vernietigd."[2]

Uit de tekst van Tacitus, de leidende Romeinse historicus uit die periode, blijkt dat Christenen ongetwijfeld bestonden in 64 na Christus. Volgens Tacitus werden zij op een afgrijselijke manier vervolgd vanwege hun geloof in Christus, een werkelijk historische man die in Juda werd geëxecuteerd tijdens de heerschappij van Tiberius onder de handen van Pontius Pilatus.

Lees nu verder!

[1] Een geloofwaardige Engelse vertaling van deze twee overgebleven delen is beschikbaar op de website van MIT: http://classics.mit.edu/Tacitus/annals.html.
[2] Tacitus, Annales, Historiae, Hoofdstuk 15, paragrafen 44.