Charles Darwin

Charles Darwin en "Het ontstaan van soorten"

In 1831 bevond Charles Darwin zich als passagier op het zeilschip HMS Beagle. Zijn vijf jaar durende reis bracht hem naar de kusten van Zuid-Amerika, waar hij verschillende soorten dieren observeerde. Eén soort, de Galapagos vink, trok Darwins aandacht in het bijzonder. Hij bestudeerde de vogels, verzamelde monsters, en observeerde dat zij verschillende snavelafmetingen en –vormen hadden. Deze waargenomen variaties inspireerden de initiële ontwikkeling van Darwins “theorie van ontstaan”. In 1836 keerde hij naar Engeland terug.

In 1842 begon Darwin met de ontwerpversies van “On the Origin of Species by Means of Natural Selection, or the Preservation of Favoured Races in the Struggle for Life”, vaak kortweg “Origins of Species” genoemd. ( “Over het ontstaan van de soorten door middel van natuurlijke selectie, ofwel het behoud van begunstigde soorten in het gevecht voor leven” ). Zijn werk werd zwaar beïnvloed door Sir Charles Lyells “Principles of Geology” (“Principes van de geologie”, 1830) en Thomas Malthus’ “An Essay On The Principle Of Population” ( “Een essay over het principe van populatie”, 1798). “Origins of Species” werd uiteindelijk in 1859 gepubliceerd.

Maar raad eens? Ik vond het een goed boek. Samengevat: “Origins of Species” stelt voor dat “natuurlijke selectie” het mechanisme is waardoor een oorspronkelijk eencellig organisme zich geleidelijk zou kunnen hebben ontwikkeld tot alle soorten die we tegenwoordig waarnemen – zowel flora als fauna. In het algemeen presenteert Darwin een evolutietheorie die hij beschrijft als “afstamming met modificatie”. Het is prettig te lezen, en het bevat een fascinerende hypothese voor die tijd.

Desalniettemin, 100 jaar later realiseerden wetenschappers zich dat aan Darwins basistheorie gesleuteld moest worden – “natuurlijke selectie” is een behoudend proces, niet een middel om complexiteit uit eenvoud te ontwikkelen. Toen wetenschappers de aard van de genetica begonnen te begrijpen, zagen zij zich genoodzaakt om Darwins originele theorie bij te stellen. Zij stelden voor dat natuurlijke selectie in samenwerking met genetische mutatie de ontwikkeling van alle soorten uit een gemeenschappelijke voorouder mogelijk maakten. Hoewel werkelijk gunstige mutaties nog nooit zijn waargenomen (wetenschappers hebben alleen schadelijke, “neerwaartse” mutaties waargenomen) is dit tegenwoordig de algemeen geldende theorie met betrekking tot evolutionaire veranderingen.

Maar hoe zit het dan met de “gemeenschappelijke voorouder” aan de onderkant van de evolutionaire boom?...

Volgende pagina!