Microscopische organismen

Microscopische organismen – Het wonder van “eenvoud”

Als de fundering van het hedendaagse evolutionaire denken bestaat uit het eerste, eenvoudige, eencellige organisme dat geschapen werd in de prebiotische oersoep, wat is dan zo’n “eenvoudig” organisme? Bestaat zoiets überhaupt? Zou zo’n organisme –zelfs het allereerste- niet zelf brandstof moeten kunnen produceren, energie kunnen opwekken, zijn eigen soort kunnen reproduceren, etcetera?

Vandaar de vraag: wat is “eenvoudig”?

Ik veronderstel dat een bevruchte menselijke eicel er eenvoudig uitziet op het moment van bevruchting, een ééncellige klonter die niet groter is dan een speldenknop. Desalniettemin, we weten nu dat deze amorfe klonter een hoeveelheid informatie bevat die equivalent is aan 6 miljard “chemische letters” – genoeg code om 1000 boeken mee te vullen, elk 500 pagina’s dik en met een lettergrootte zo klein dat een microscoop nodig is om ze te kunnen lezen.[1] Door het wonder van het DNA is elke menselijke eigenschap al vastgesteld op het moment van bevruchting. Binnen enkele uren begint deze ene cel zich te reproduceren en groeit een voortstuwingssysteem van trilharen die de bevruchte eicel (nu een “zygoot” genoemd) naar de baarmoeder beweegt. Binnen zes dagen heeft de originele cel (nu “embryo” genoemd) zijn informatiebibliotheek al meer dan 100 keer gereproduceerd. Uiteindelijk zal deze gelatineklonter zich opsplitsen tot meer dan 30 triljoen cellen die samen het menselijk lichaam vormen. Als op dat moment alle chemische DNA “letters” in boekvorm zouden worden gedrukt, dan zouden deze boeken de Grand Canyon vijftig keer zouden kunnen vullen![2]

Oké, ik zie hierin niets “eenvoudigs”…

Maar dat is een menselijke eicel, niet een eenvoudig, onafhankelijk bestaande biologische entiteit. Laten we een stap terug doen en naar een eenvoudig organisme kijken dat in de natuur bestaat.

Een “eenvoudige” bacterie bijvoorbeeld?

Nee, laten we alleen kijken naar een onderdeel van een “eenvoudige” bacterie – zijn voortbewegingsmechanisme…

Het zogenaamde “bacterieel flagellum” (zweepstaartje) is wat een bacterie voortstuwt door zijn microscopische wereld. Het bacterieel flagellum bestaat uit ongeveer 40 verschillende proteïne-onderdelen, inclusief een stator, een rotor, een aandrijfas, een U-verbinding en een propeller. Door middel van de technologie van de 21e eeuw begrijpen we nu dat een simpele bacterie een microscopische buitenboordmotor heeft! De individuele onderdelen worden zichtbaar wanneer deze 50.000 keer vergroot worden door een elektronenmicroscoop. Deze microscopische motoren draaien op 100.000 toeren per minuut. Maar toch kunnen ze ongelooflijk snel stoppen. Het duurt feitelijk maar een kwartslag om te stoppen, naar een andere versnelling te schakelen en vervolgens met 100.000 toeren per minuut de andere kant op te draaien! De flagellaire motor is watergekoeld en zó geschakeld in een mechanisme van sensoren dat de bacterie zelfs ‘feedback’ van zijn omgeving krijgt![3]

Dat is gewoonweg duizelingwekkend! Hoe valt dit te vergelijken met de buitenboordmotoren die wij kennen? Zijn onze mechanische motoren ontworpen en dan gebouwd volgens technische specificaties? Natuurlijk! Welnu, maak zo’n zelfde buitenboordmotor duizend keer efficiënter en verklein hem met een factor met vele nullen. De complexiteit is onvoorstelbaar! Zelfs met onze technologie van de 21e eeuw zullen we nooit een dergelijke micromachine kunnen bouwen.

Volgende pagina!

[1] A. E. Wilder-Smith, The Natural Sciences Know Nothing of Evolution, T.W.F.T. Publishers, 1981, 82.
[2] Mark Eastman en Chuck Missler, The Creator Beyond Time and Space, T.W.F.T. Publishers, 1996, 84.
[3] Diverse wetenschappers, Unlocking the Mystery of Life: The Scientific Case for Intelligent Design,” DVD documentaire van Illustra Media, 2002.